De Nederlandse horeca heeft in het tweede kwartaal van 2026 opnieuw meer omgezet dan een jaar eerder. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag. De omzetgroei komt uit op 2,2 procent, maar achter dat gemiddelde cijfer schuilt een duidelijk verschil tussen eet- en drinkgelegenheden enerzijds en hotels en andere logiesverstrekkers anderzijds.
De groei komt vrijwel volledig voor rekening van eet- en drinkgelegenheden zoals restaurants, cafés en fastfoodzaken. Deze branche boekte in het tweede kwartaal een omzetstijging van 3,5 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
Voor logiesverstrekkers, waaronder hotels, campings en vakantieparken, is het beeld minder rooskleurig: deze subsector zag de omzet met 0,9 procent dalen. Hotels werden het hardst geraakt, met een omzetdaling van 2 procent ten opzichte van het tweede kwartaal van 2025.

Het ondernemersvertrouwen in de horeca is de afgelopen maanden wel verbeterd. Na een dieptepunt van -30,1 in het tweede kwartaal steeg de indicator naar -19,5 in het derde kwartaal van 2026. Ondernemers zijn minder negatief over zowel de afgelopen als de komende drie maanden. Toch heeft de horeca, na de landbouw, bosbouw en visserij, nog altijd het op één na laagste ondernemersvertrouwen van alle bedrijfstakken die het CBS onderzoekt.
Los van deze kwartaalcijfers laat het CBS ook een langetermijntrend zien: het aantal fastfoodzaken in Nederland is de afgelopen twintig jaar bijna verdubbeld, van 10.300 in 2007 naar 19.400 begin 2026. Het aantal restaurants groeide in diezelfde periode van 11.100 naar 19.200. Dat onderstreept hoe structureel de verschuiving richting laagdrempelige eetgelegenheden is, ook los van de kwartaal-op-kwartaal schommelingen.
Bron: CBS

